Kennisbank › Virtualisatie › proxmox: Virtualisatie
virtualisatie starter 07 October 2026

proxmox: Virtualisatie

De ISO van Arch Linux staat in je `local`-opslag en je wilt hem weg. Eén commando, klaar. Alleen: welk commando je pakt hangt af van wat je die avond aan het

De ISO van Arch Linux staat in je `local`-opslag en je wilt hem weg. Eén commando, klaar. Alleen: welk commando je pakt hangt af van wat je die avond aan het doen bent — een node opzetten, een cluster uitbreiden, of gewoon ruimte vrijmaken.

Proxmox VE is een virtualisatieplatform op Debian. Het combineert twee dingen: KVM voor volledige virtuele machines en LXC voor containers. Dat is de kern. Alles wat je via de webinterface doet, kun je ook via de command line doen, en omgekeerd. Welke van de twee je pakt is een keuze met een prijs.

De webinterface op poort 8006 is waar de meeste mensen beginnen. Je ziet nodes, VMs, containers, opslag, status. Voor een handvol machines op één server is dat genoeg, en het is de snelste manier om te snappen hoe het ding in elkaar zit. De prijs: klikken schaalt niet. Tien VMs beheer je met de muis. Honderd niet.

Dan de command line. `pvesm` voor opslag, `pvecm` voor clusters, `pvesh` voor de API, `pct` voor containers, `pve-firewall` voor netwerkregels, `pveversion` voor de versie. Zes tools, elk met eigen subcommando's en eigen verrassingen. Wie dit eenmaal in de vingers heeft, doet in een script wat anders een middag klikken is. Wie het één keer per half jaar aanraakt, zoekt elke keer opnieuw de syntax op.

Opslagbeheer begint bij `pvesm`. Je voegt een directory toe als opslaglocatie:

``` pvesm add dir storage_name --path /pad/naar/directory ```

Daarna bepaal je wat erin mag staan — ISO's, VM-images, backups, sjablonen:

``` pvesm set storage_name --content iso,images,backup ```

En verwijderen gaat met `pvesm free` voor een enkel bestand of `pvesm remove` voor de hele locatie:

``` pvesm free local:iso/archlinux-2025.08.01-x86_64.iso pvesm remove storage_name ```

Dat is precies genoeg om je schijf niet vol te laten lopen. Meer heb je niet nodig tot je meerdere nodes hebt.

Clusters zijn waar Proxmox interessant wordt en waar het je tijd gaat kosten. `pvecm create clustername` zet een nieuw cluster op, `pvecm add hostname_of_ip` voegt een node toe, `pvecm delnode node` haalt er een weg. Klinkt simpel. Is het niet. Een cluster wil quorum, en quorum wil een oneven aantal nodes dat het met elkaar eens is. Met twee nodes heb je een probleem zodra er één uitvalt — dan valt de ander ook stil, want hij heeft geen meerderheid meer. Daar komt Corosync om de hoek kijken, en daar begint het echte werk.

De winst van clustering is hoge beschikbaarheid. Valt een node uit, dan schuift een VM door naar een andere. Dat is de belofte. De rekening: gedeelde opslag die beide nodes kunnen zien, een netwerk dat niet hapert, en een configuratie die je niet even op een vrijdagmiddag uitprobeert.

Voor geautomatiseerd beheer is er `pvesh`, een command-line ingang naar de Proxmox API. Bijna alles wat de webinterface kan, kan dit ook:

``` pvesh get /nodes pvesh get /nodes/nodenaam/qemu pvesh ls / pvesh usage /pools ```

Die `pvesh ls /` is je reddingslijn. Je hoeft de API-paden niet uit je hoofd te kennen; je vraagt ze op. En een nieuwe LVM-thinpool toevoegen gaat zo:

``` pvesh create /storage ```

Dit is het gereedschap voor wie dingen wil automatiseren. Voor wie één VM wil aanmaken is het omweg. De webinterface doet hetzelfde in drie klikken, en dat is geen schande.

Containers beheer je met `pct`, de Proxmox Container Toolkit. LXC-containers zijn licht, starten snel en gebruiken weinig resources — precies waar je ze voor wilt hebben. Overzicht, starten, binnengaan:

``` pct list pct start 100 pct enter 100 ```

Een nieuwe container maak je uit een sjabloon, met een rootfs van 4GB:

``` pct create 100 local:vztmpl/distro-name.tar.zst --rootfs local-lvm:4 ```

En groeien kan later altijd:

``` pct resize 100 rootfs 20G ```

Dat is het fijne van containers: je past ze aan zonder de hele machine te herbouwen. De prijs is isolatie. Een container deelt de kernel met de host. Voor de meeste workloads prima, voor wie echt wil afschermen niet genoeg — dan pak je KVM.

Netwerkbeveiliging zit ingebouwd in `pve-firewall`. Je compileert de regels, simuleert wat er zou gebeuren, en herstart de dienst na een wijziging:

``` pve-firewall compile pve-firewall simulate pve-firewall restart pve-firewall status ```

Die `simulate` is het beste onderdeel. Je ziet wat een regel doet met je verkeer voordat je hem toepast. Wie ooit een firewallregel live heeft gezet en de verbinding kwijtraakte, weet waarom dat telt.

Versie-informatie vraag je op met `pveversion`, en met `-v` krijg je de details over kernel en subpackages:

``` pveversion -v ```

Dit is geen formaliteit. Proxmox is een rolling release op Debian; versies van kernel, QEMU en LXC lopen uit elkaar. Bij een supportvraag is dit het eerste wat iemand wil zien.

Dan is er nog de buitenwereld. Field Monitor is een remote-desktop client voor GNOME die verbinding maakt met VMs, met RDP, SPICE en VNC, en direct Proxmox VE en QEMU/KVM via libvirt kan aansturen. Je start en stopt VMs vanaf je werkstation. Snowglobe is een virtualisatie-viewer die via DBus met draaiende QEMU-instanties praat, met toetsenbord, muis en multitouch. Geschreven door Bilal Elmoussaoui, GPL-3.0-or-later, te installeren via Flatpak.

En Boxes, dat is de desktopvariant. Je kiest Fedora, Ubuntu of Windows, het ding downloadt en installeert. Geheugen en opslag begrenzen, snapshots maken, USB doorsturen. Voor een serveromgeving heb je er niets aan. Voor wie op zijn laptop even een schone Windows wil hebben, is het de kortste route.

Wat je ook kiest, de vraag is steeds dezelfde: hoeveel wil je zelf dragen. De webinterface draagt veel voor je en houdt je klein. De command line geeft je alles en eist dat je het begrijpt. Containers zijn licht en delen meer dan je denkt. VMs zijn zwaar en schermen af zoals je verwacht. Eén node is overzichtelijk tot hij omvalt. Een cluster vangt dat op, tot het quorum zelf het probleem wordt.

Zelf hosten klinkt prachtig, tot er iets omvalt op zondagavond half twaalf. Dan ben je geen klant die op de helpdesk wacht. Dan bén je de helpdesk.

En of je die rol wilt, met welke tools, op hoeveel nodes — dat hangt af van hoeveel je bereid bent te leren, en hoeveel slaap je ervoor over hebt.

← Terug naar kennisbank
← Terug naar kennisbank