Kennisbank › Mailserver › De rest van de servermarkt
mailserver starter 25 September 2026

De rest van de servermarkt

Je opent je mailclient en de map met verzonden berichten is leeg. Op je telefoon. Op je laptop staat alles nog.Dat is POP. Elk apparaat haalt de berichten op,

Je opent je mailclient en de map met verzonden berichten is leeg. Op je telefoon. Op je laptop staat alles nog.

Dat is POP. Elk apparaat haalt de berichten op, gooit ze in een lokale map, en verder weet niemand van elkaar wat er is gebeurd. IMAP doet dat anders: de berichten blijven op de server staan, en elke client kijkt naar dezelfde verzameling. Lees je iets op je telefoon, dan is het op je laptop ook gelezen.

Dat verschil is de hele reden dat IMAP bestaat. En het is ook meteen de hele reden dat je moet nadenken voordat je het opzet.

IMAP is een protocol, geen programma. Het beschrijft hoe een client tegen een server praat: welke commando's er zijn, hoe mappen heten, hoe een bericht wordt geïdentificeerd, hoe je inlogt. De server is het programma dat dat protocol implementeert. De client is het programma dat eraan de andere kant van de lijn aan trekt.

Aan die serverkant heb je een keuze. En die keuze bepaalt hoe je komende jaren eruitzien.

Dovecot

Als je op Linux een IMAP-server opzet, kom je vrijwel direct bij Dovecot uit. Het is open source, het draait op vrijwel elke distributie, en het is de standaard waar de meeste tutorials en documentatie naar verwijzen. Dovecot spreekt IMAP4rev1 en IMAP4rev2, doet POP3 erbij als je wil, en regelt quota, notificaties en authenticatie via externe systemen zonder dat je daar zelf iets voor hoeft te bouwen.

De kosten zijn reëel. Dovecot is krachtig en dat merk je aan de configuratie. De documentatie is uitgebreid maar gaat ervan uit dat je weet wat je doet. Een verkeerde regel in `10-mail.conf` en je mail is weg of je server is open. Je moet begrijpen hoe maildirs werken, hoe authenticatie met PAM of SQL of LDAP loopt, en hoe je TLS-certificaten aan de praat krijgt.

Dovecot is de juiste keuze als je meerdere accounts wil beheren, als je controle wil over waar je mail staat, en als je bereid bent de leercurve te nemen.

De rest van de servermarkt

Cyrus bestaat sinds 1994 en is nog steeds in gebruik, vooral in grotere omgevingen waar mail al jaren draait. Het is degelijk en het doet wat het moet, maar de configuratie is omslachtiger dan Dovecot en de community is kleiner. Als je een bestaande Cyrus-installatie hebt, blijf er dan bij. Als je nieuw begint, is er weinig reden om hier te starten.

Qmail en Courier zijn historisch belangrijk geweest. Courier was lang de standaard in combinatie met Postfix, en veel handleidingen van voor 2015 verwijzen er nog naar. Vandaag de dag is Courier grotendeels vervangen door Dovecot, en Qmail is al jaren niet meer actief onderhouden. Je komt ze nog tegen in oude setups. Je hoeft ze niet nieuw te kiezen.

UW-IMAP is het referentie-implementatieproject van de University of Washington. Het is niet meer in ontwikkeling en wordt niet meer aanbevolen. Als je het ergens tegenkomt, is dat een teken dat de omgeving oud is.

Wat je client doet

Aan de andere kant van de lijn kies je een client. Dat is meer een kwestie van smaak dan van architectuur, want elke serieuze client spreekt IMAP.

Alpine is een tekstgebaseerde client die in de terminal draait. Het is een doorontwikkeling van Pine, en het is gemaakt voor mensen die hun mail willen lezen zonder muis. Je configureert het via een menu, je typt je server, gebruikersnaam en wachtwoord in, en je werkt. Alpine is snel, het werkt over SSH, en het is verrassend prettig als je eenmaal gewend bent. De keerzijde: het is tekst. Geen HTML-mail die eruitziet zoals bedoeld, geen agenda naast je inbox, geen zoeken zoals je dat op een desktop gewend bent.

Mutt is de andere bekende terminalclient. Het is ouder, het is configureerbaarder, en het vraagt meer van je. Mutt leest een configuratiebestand, en dat bestand bepaalt bijna alles. Wil je iets wat Mutt niet standaard doet, dan zoek je een plugin of je schrijft een macro. Voor sommige mensen is dat precies wat ze willen. Voor anderen is het een dag werk voordat de eerste mail binnenkomt.

GNOME/Evolution is het tegenovergestelde. Het is een volledige desktopclient die standaard in GNOME zit, en het doet meer dan mail alleen. Agenda, contacten, taken, CalDAV, WebDAV, LDAP, Microsoft Exchange — het zit er allemaal in. Evolution synchroniseert je IMAP-mail in real time en beheert meerdere accounts naast elkaar. Dat gemak heeft een prijs: het is zwaar, het trekt aan je systeem, en de Exchange-ondersteuning is functioneel maar niet altijd probleemloos.

Wat IMAP technisch anders doet

Het verschil met HTTP zit in de verbinding. HTTP is stateless: elk verzoek staat op zichzelf. IMAP is stateful. Tijdens een sessie weet de server welke map je hebt openstaan, welke berichten je hebt gelezen, welke vlaggen je hebt gezet. Die toestand wordt gedeeld tussen alle clients die op dezelfde account zijn ingelogd. Daarom zie je op je telefoon wat je op je laptop hebt gedaan.

Dat is ook waar het mis kan gaan. Twee clients die tegelijk dezelfde map aanpassen, een client die een half uur offline was en dan weer verbinding maakt, een server die de UID's niet consistent bijhoudt — het zijn allemaal plekken waar synchronisatie stukloopt. IMAP lost dat op met UID's: unieke, persistente identificaties per bericht. Zolang die kloppen, blijft alles in het gareel.

Beveiliging

IMAP loopt standaard over poort 143. Dat is geen versleutelde verbinding. Alles wat je typt — gebruikersnaam, wachtwoord, de inhoud van je mail — gaat over de lijn in leesbare vorm.

Er zijn twee manieren om dat op te lossen. De eerste is STARTTLS: je begint op poort 143 en upgrade de verbinding naar TLS voordat je inlogt. De tweede is IMAPS: je begint direct op poort 993 met een TLS-verbinding en blijft daar. Poort 993 is in de praktijk de standaard geworden, en de meeste clients stellen dat ook zo in.

Wat je niet moet doen is poort 143 open laten zonder STARTTLS. Dat is geen configuratiefout, dat is een open deur.

Daarnaast zie je steeds vaker OAuth2 in plaats van wachtwoorden, vooral bij cloudaanbieders. Dat betekent dat je client geen wachtwoord meer opslaat maar een token gebruikt dat je kunt intrekken. Voor zelfgehoste servers is dat meer werk om op te zetten, en voor de meeste persoonlijke setups is een goed wachtwoord met TLS voldoende.

Wat het je kost

Zelf een IMAP-server draaien betekent dat je verantwoordelijk bent voor de mail van iedereen die erop zit. Niet alleen voor het protocol, maar voor de opslag, de backups, de spamfilter, de DNS-records, de TLS-certificaten die verlopen, en het feit dat als de server omvalt op zondagavond, jij degene bent die het oplost.

Dat is de rekening. Je krijgt volledige controle over waar je mail staat en wie erbij kan. Je betaalt met tijd en met de wetenschap dat er niemand is om het over te nemen als je een weekend weg bent.

De alternatieven zijn er. Een mailbox bij een provider kost een paar euro per maand en je hoeft nooit naar een logbestand te kijken. De provider bepaalt dan waar je mail staat, hoe lang die bewaard blijft, en wat er gebeurt als je account wordt opgeheven. Dat is een echte afweging, geen bijzaak.

Waar het van afhangt

De keuze tussen Dovecot en iets anders is meestal geen keuze tussen goed en slecht. Het is een keuze tussen hoeveel je zelf wil weten en hoeveel je wil uitbesteden.

Dovecot met Alpine is een combinatie die je in een middag aan de praat hebt als je weet wat je doet, en in een week als je het moet leren. Evolution op een desktop met een bestaande provider kost je tien minuten en nul onderhoud. Beide zijn IMAP. Beide werken.

Wat je moet weten voordat je begint is hoeveel mail je hebt, hoeveel accounts je beheert, en of je bereid bent om op een dinsdagnacht wakker te worden omdat er iets niet synchroniseert.

← Terug naar kennisbank
← Terug naar kennisbank