Kennisbank › Dns › DNS-record
dns starter 26 August 2026

DNS-record

DNS-records: types, functie en gebruik

DNS-records: types, functie en gebruik

Dit artikel legt uit wat DNS-records zijn, welke types bestaan en hoe u ze configureert — voor ontwikkelaars en systeembeheerders die werken met Pixzo hosting of een eigen DNS-infrastructuur.

Vereisten

- Toegang tot het DNS-beheerpaneel van uw domeinprovider of Pixzo-account - Basiskennis van domeinnamen en IP-adressen - Voor verificatie: een terminal met `dig` (versie 9.x of hoger) of `nslookup` (versie 9.x of hoger)

Wat is een DNS-record

Een DNS-record is een opgeslagen instructie binnen het Domain Name System (DNS) die een domeinnaam koppelt aan specifieke gegevens, zoals een IP-adres. Deze instructies staan op DNS-servers en zijn toegankelijk voor andere servers en apparaten die een domeinnaam willen omzetten naar een technisch adres. Zonder DNS-records zou u elke website moeten bezoeken via een IP-adres zoals `192.0.2.1` in plaats van `voorbeeld.nl`.

Stappen: DNS-record configureren

Stap 1: Bepaal welk recordtype u nodig hebt

Kies het juiste recordtype op basis van uw doel:

- A-record: koppelt een domeinnaam aan een IPv4-adres - AAAA-record: koppelt een domeinnaam aan een IPv6-adres - CNAME-record: wijst een domeinnaam door naar een andere domeinnaam - MX-record: bepaalt naar welke mailserver e-mail voor uw domein gaat - NS-record: geeft aan welke nameservers gezaghebbend zijn voor uw domein - SOA-record: bevat zone-informatie zoals de verantwoordelijke en synchronisatie-instellingen - TXT-record: slaat tekstgegevens op voor verificatie, zoals SPF, DKIM of DMARC - PTR-record: zet een IP-adres om naar een domeinnaam (reverse DNS) - SRV-record: wijst netwerkdiensten aan, zoals VoIP of instant messaging

Stap 2: Log in op het DNS-beheerpaneel

Ga naar uw domeinprovider of het Pixzo-dashboard en open de DNS-instellingen voor het domein dat u wilt beheren. Zoek naar de sectie "DNS Records" of "Zone Editor".

Stap 3: Voeg een A-record toe

Een A-record is het meest gebruikte type en koppelt uw domeinnaam aan een IPv4-adres. Volgens IBM is dit het standaardgebruik van een A-record, vastgelegd in RFC 1035.

Type: A
Naam: @ (of leeg laten, afhankelijk van de provider)
Waarde: 192.0.2.1
TTL: 3600

Stap 4: Voeg een CNAME-record toe voor subdomeinen

Een CNAME-record fungeert als doorverwijzing naar een doeldomein, zoals DigiCert uitlegt. Gebruik dit om `www.voorbeeld.nl` door te sturen naar `voorbeeld.nl`, waar al een A-record bestaat. Dit voorkomt dat u meerdere records met hetzelfde IP-adres moet onderhouden.

Type: CNAME
Naam: www
Waarde: voorbeeld.nl
TTL: 3600

Stap 5: Configureer MX-records voor e-mail

MX-records bepalen naar welke mailservers e-mail voor uw domein moet worden gestuurd. U kunt meerdere records instellen met een prioriteit — een primaire en secundaire mailserver.

Type: MX
Naam: @
Waarde: mail.voorbeeld.nl
Prioriteit: 10
TTL: 3600

Stap 6: Stel TXT-records in voor e-mailverificatie

TXT-records slaan tekstgegevens op die machines kunnen lezen. Gebruik ze voor SPF, DKIM of DMARC — essentieel voor e-mailbeveiliging. Een SPF-record ziet er zo uit:

Type: TXT
Naam: @
Waarde: "v=spf1 include:_spf.voorbeeld.nl ~all"
TTL: 3600

Stap 7: Controleer NS- en SOA-records

NS-records geven aan welke nameservers gezaghebbend zijn voor uw domein. SOA-records bevatten zone-informatie: wie verantwoordelijk is, wanneer de zone voor het laatst is gewijzigd en hoe vaak secundaire nameservers synchroniseren. Deze records configureert u normaal gesproken niet handmatig — ze worden automatisch beheerd door uw DNS-provider.

Stap 8: Sla wijzigingen op en wacht op propagatie

Sla al uw wijzigingen op. DNS-wijzigingen verspreiden zich via het netwerk naar andere servers. De SOA-record bepaalt mede hoe snel dit gebeurt. Propagatie kan enkele minuten tot 24 uur duren, afhankelijk van de TTL-waarden.

Verificatie

Controleer of uw DNS-records correct zijn geconfigureerd met `dig`:

Controleer een A-record
dig voorbeeld.nl A +short</p><p>Controleer een MX-record
dig voorbeeld.nl MX +short</p><p>Controleer een TXT-record
dig voorbeeld.nl TXT +short</p><p>Controleer een CNAME-record
dig www.voorbeeld.nl CNAME +short

De output toont de waarden die u hebt ingesteld. Als u niets ziet, wacht dan enkele minuten en probeer opnieuw — DNS-caching kan vertraging veroorzaken.

Veelgestelde problemen

Probleem: DNS-wijzigingen worden niet zichtbaar

Oplossing: wacht tot de TTL is verlopen. Verlaag de TTL-waarde vóór u wijzigingen doorvoert als u snel wilt testen. Controleer ook of u bij de juiste DNS-provider wijzigingen doorvoert — sommige domeinen gebruiken externe nameservers.

Probleem: E-mail komt niet aan na MX-wijziging

Oplossing: controleer of uw MX-record een geldige hostnaam bevat, geen IP-adres. MX-records moeten verwijzen naar een hostnaam die zelf een A-record heeft. Verifieer ook de prioriteit — lagere waarden hebben voorrang.

Probleem: CNAME-record werkt niet voor het rootdomein

Oplossing: CNAME-records kunnen niet bestaan naast andere records op hetzelfde niveau. Gebruik voor het rootdomein (`voorbeeld.nl`) altijd een A-record. CNAME is alleen geschikt voor subdomeinen zoals `www.voorbeeld.nl`.

Recordtypes en hun functie

De verschillende recordtypes zijn gedefinieerd in RFC 1035, de technische standaard die de basis legt voor het DNS-protocol. Elk type heeft een specifieke rol, en ze werken samen om het domeinnaamsysteem functioneel te maken.

Het AAAA-record is het IPv6-equivalent van het A-record en koppelt een domeinnaam aan een IPv6-adres. Hoewel dit type niet expliciet in RFC 1035 wordt genoemd, volgt het logisch uit het patroon van A-records en wordt het algemeen erkend als standaard.

PTR-records worden gebruikt voor reverse DNS: het omzetten van een IP-adres naar een domeinnaam. DigiCert benoemt dit als het omgekeerde van A- en AAAA-records. Deze records zijn belangrijk voor logging, troubleshooting en beveiliging — bijvoorbeeld om te controleren of een IP-adres daadwerkelijk hoort bij een vertrouwde server.

SRV-records geven aan waar netwerkdiensten zoals instant messaging of VoIP te vinden zijn. Ze vallen onder de lijst van veelgebruikte types volgens IBM, maar worden minder vaak handmatig geconfigureerd dan A- of MX-records.

De Nederlandse uitleg op CloudGeek omschrijft DNS-records als opgeslagen instructies op de DNS-server — de functionele basis van elk domein op het internet. De combinatie van deze recordtypes zorgt ervoor dat gebruikers met leesbare domeinnamen werken terwijl computers en netwerken technische adressen gebruiken. De standaardisatie via RFC 1035 garandeert consistentie en interoperabiliteit tussen verschillende DNS-implementaties wereldwijd — een eigenschap die cruciaal blijft naarmate het aantal domeinen en de complexiteit van netwerkdiensten blijft groeien.

← Terug naar kennisbank
← Terug naar kennisbank